Van Amsterdam naar de stille, grijze vlakte
Om aan de Amsterdamse drukte te ontsnappen, gingen Wout en Ria van der Laan in de jaren ’70 wel eens naar de camping. Daar hadden ze kennissen die vertelden dat ze naar Nagele waren verhuisd. “Nagele? Waar ligt dat?”, vroeg Wout. “Vlakbij Urk!”, was het antwoord. “Die kennissen waren er enthousiast over en ze nodigden ons uit om eens te komen kijken. Dat hebben we gedaan en nu wonen we er al 51 jaar!”
Ria, een Gooische vrouw uit Bussum, en Wout, een ras-Amsterdammer gingen naar het dorp met de platte daken! In Amsterdam woonden ze in een schipperswoninkje, met een toilet in de keuken. Wout: “Het was zó klein. Als je daar op de wc zat, kon je tegelijk in de soep roeren!” Ria: “Onze dochter was 1,5 jaar en riep vaak: “Mama, buiten spelen, mama, buiten spelen!” Toen we bij onze kennissen in Nagele gingen kijken, wisten we niet wat we zagen. Het was zo ruim! Zo rustig! Ik vond het gelijk heerlijk!”
Wel was het in de polder een stuk duurder. In Amsterdam betaalden ze 33 gulden voor de huur, dat werd ineens 250 gulden! Wout: “Maar, dan had je ook wel verwarming erbij. En we hoefden hier niet zoveel geld uit te geven aan eten, want Ria ging altijd sperzieboontjes rapen.”
Ria ging sperzieboontjes rapen?
“Ja, bij de boeren hier in de omgeving. Alles wat naast de machines viel, bleef in die tijd gewoon op het land liggen, dus dan gingen wij met een paar dames naar de velden toe en haalden we zakken vol sperziebonen, uien en aardappels!”, lacht Ria. “In Amsterdam ging ik elke dag naar de Dappermarkt! Hier hadden we onze eigen moestuin en de akkerlanden om ons heen. Dat scheelde een boel geld!”
Stilte
Wout vond al gauw een baan als lasser bij Firma Lelie, aan de Randweg. Daar was hij blij mee, maar toch was de omslag van het drukke, gezellige Amsterdam naar de polder best groot. “Ik moest erg wennen. Vooral in de winter is het hier één grijze vlakte. En die stilte, niet te harden.” Daar ben ik wel twee winters mee bezig geweest, om daaraan te wennen. Een collega gaf me het advies om het huis heel rustig naar m’n zin te maken. Dus niet alles in één keer aanpakken, maar kamertje voor kamertje. Dan had ik wat om handen. In het begin gingen we nog wel effe terug om de sfeer van Amsterdam te proeven. Dan gingen we naar de ouders van Ria, of naar m’n vader, maar op een gegeven moment draait het toch om. Dan wil je uit die drukte weg! Snel weer terug naar de polder!”
Veranderingen
Waar buurtjes elkaar vroeger opzochten, is dat nu heel anders. “De buren zijn lieve mensen hoor, maar ze kunnen geen spat Nederlands, dus je hebt gewoon geen contact.” Ria: “Ja, met Martin van hiernaast wel. Die is Pools en die heeft heel goed Nederlands geleerd. Hij vroeg bij elk woord altijd: “Wat betekent dat?” Dan leer je het wel. Maar zoals het hier vroeger was, zo wordt het nooit meer.” Wout is nu 76 jaar en Ria telt 75 lentes. De buren die hier ook in de jaren ’70 kwamen, zijn nog op één hand te tellen. In de jaren ’80 was er veel werkloosheid, in die tijd zijn veel mensen weer terug gegaan naar de steden. Ria: “Toen stonden hier zelfs woningen leeg! Dat kun je je in deze tijd van woningnood natuurlijk niet meer voorstellen!”
Gezelligheid
Met een glimlach en een beetje weemoed kijken ze terug naar de tijd dat er nog een bakkertje en een melkboer in Nagele waren. En dat in december altijd de grote kerstboom opgetuigd werd, midden op het veld. Ria: “De buurtvereniging organiseerde bingoavonden en de dansavonden van Joop en Hennie Jonker waren altijd zo leuk! Rob de Haan was hier de grote animator, ja, dat waren nog eens tijden. De mensen van de andere hofjes wilden zelfs lid worden van onze buurtvereniging! Het was altijd zo gezellig!”
Die gezelligheid is met het veranderen van de buurt wel verdwenen, met als dieptepunt de burenoverlast die ze een paar jaar geleden meemaakten. Ook het onderhoud aan de woning verliep niet altijd even soepel. Wout: “Je moet als bewoner goed voor jezelf opkomen en dat hebben wij altijd wel gedaan. We zijn altijd met Mercatus in gesprek gegaan als er iets niet goed ging. Ik zeg altijd maar: we wonen hier niet voor niets al meer dan vijftig jaar!” Het liefst blijven ze in dit fijne huis. Wout stapt nog altijd graag op z’n racefiets: “Drie keer trappen en je bent in de landerijen!” Tegenwoordig fietst Ria met hem mee op haar e-bike en doen ze samen een boodschapje. “Je moet in beweging blijven hè, dat houdt je jong!”
Meer lezen?
Dit artikel staat ook in de laatste editie van ons bewonersblad 'Samen Wonen'. Wil je meer van dit soort verhalen lezen?