Centrale verwarming
In onze woningen zit een cv-installatie die zorgt voor het warme water en warmte in de woning. De cv-installatie is regelbaar met de kamerthermostaat in de woonkamer. De meeste storingen aan cv-installaties zijn er bij aanvang van het stookseizoen. Wij zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de cv-installatie. De gebruiksaanwijzing en de vulslangset liggen bovenop de verwarmingketel. Mocht dit niet aanwezig zijn, is het te verkrijgen bij ons. De bewoner heeft de zorg voor de installatie. Die zorg bestaat uit het regelmatig controleren, bijvullen en ontluchten van de installatie.
Controleren
Bij onvoldoende waterdruk valt de ketel uit. Kijk daarom regelmatig op de manometer of de waterdruk niet te ver zakt. De manometer zit meestal in de buurt van de vulkraan of bij de cv-ketel. De druk moet tussen de 1 en 2 bar bedragen. De zwarte wijzer geeft de waterdruk weer. Als je vaker dan 2 keer per jaar moet bijvullen, kan er ergens een lekkage zijn. Je kunt dit dan melden bij Breman Service, telefoonnummer 0900 8212174.
Bijvullen
Trek de stekker uit het stopcontact en wacht tot de temperatuur is gezakt tot onder de 60 graden. In de cv-ketel zit altijd een thermometer, die de watertemperatuur aangeeft. Houdt een emmertje of teiltje bij de hand om eventueel water op te vangen. Sluit de vulslang aan op de koudwaterkraan en laat de slang langzaam vol lopen. Hiermee voorkom je dat er extra lucht in de installatie komt. Koppel dan het andere einde van de slang aan de vulkraan van de installatie. Zet de koudwaterkraan helemaal open. Draai vervolgens met de speciale sleutel de vulkraan een kwartslag open. Je hoort nu het water de installatie binnen stromen. Als de zwarte wijzer op de manometer ongeveer 1,8 bar aangeeft sluit je de vulkraan. De druk mag beslist niet boven de 2 bar komen. Tenslotte draai je ook de koudwaterkraan weer dicht. Let op, het water in de vulslang staat nog onder druk. Koppel de vulslang af en vang het water op.
Tip:
Als de vulkraan lager zit dan de waterkraan kun je het volgende doen om te voorkomen dat je extra lucht in de installatie krijgt. Koppel de vulslang aan op de vulkraan. Laat de vulslang vollopen met water uit de installatie. Sluit vervolgens het andere eind van de vulslang aan op de waterkraan.
Ontluchten
Lucht in de cv-installatie geeft een hinderlijk geborrel en kan ook tot storing leiden. Na het bijvullen moet je altijd ontluchten. Oudere cv-ketels moet je zelf ontluchten, moderne ketels hebben een automatische ontluchting. De radiatoren moeten nog wel apart worden ontlucht. Zorg ervoor dat alle radiatoren open staan en trek de stekker van de ketel uit het stopcontact. Wacht dan een half uur. Begin met ontluchten op het laagste punt van de installatie. Houdt een doek of teiltje bij de hand. Het water, dat uit de installatie komt is meestal bruin en geeft vlekken. Draai met het bijbehorende sleuteltje het ontluchtingskraantje open. Zodra er water uit het kraantje komt, draai je deze weer dicht. Werk zo alle ontluchtingspunten af, van beneden naar boven. Controleer na het ontluchten of de waterdruk nog voldoende is.
Tip:
Wanneer een radiator koud blijft, kun je het volgende doen:
Draai alle radiatoren dicht met uitzondering van de radiator die koud blijft. Het water circuleert dan door de radiatoren en de mogelijk aanwezige luchtbel kan weggezogen worden. Wanneer de radiator warm wordt, kunnen de overige radiatoren weer open gezet worden. Blijft de radiator koud, dan kun je contact opnemen met Breman Service, telefoonnummer 0900 8212174.